
Transvrouwen
Ik ben geen vrouw geworden, dat was ik al
In het verkeerde lichaam geboren worden. Je vrouw voelen, maar je zo niet durven presenteren. Altijd je eigen ‘ik’ moeten onderdrukken. Na veel strijd zijn deze drie transvrouwen, Hanneke, Marianne en Eveline eindelijk (bijna) geworden wie ze zijn.
Hanneke Dragtsma (1965) Heerenveen – schrijver, begeleider op zorgboerderij, autoliefhebber, trans vrouw, onderging in 2003 een geslachtsaanpassende operatie.
‘De doos van Pandora ging open’
“In het familiefotoboek staat onder een foto van mij als baby in mooie letters ‘de stamhouder’ geschreven. Boven mij zitten twee zussen, na mij kwam nog een zusje. Ik kreeg de naam Hendrik, naar mijn overleden opa. De hele familie vond het geweldig dat er een jongetje was en ik was het lievelingetje van opoe. Als kind realiseerde ik me al dat ik ‘anders’ was, maar in de jaren 70 was daar nog geen naam voor, áls je daar als kind al iets van mee zou krijgen. Er waren wel vriendjes, maar het liefst trok ik me terug in mijn eigen wereld. Ik was – en ben nog steeds – gek van auto’s. Mijn kamertje lag vol auto-technische boeken, de versnellingsbakken en opengewerkte motoren op de plaatjes maakte ik na met technisch lego. Lego was mijn wereld. Ons gezin was hecht en traditioneel en ik was een bangig jongetje. Maar over emoties werd niet gepraat. In de puberteit werd me langzaamaan duidelijk wat er precies ‘anders’ aan mij was, ik zat in het verkeerde lijf. Ik was jaloers als mijn zussen met hun vriendinnen uitgingen. Dat wilde ik ook. Tutten met make-up, jezelf en elkaar mooi maken voor een avondje uit en daar een hoop plezier bij hebben. Ik weet nóg hoe verdrietig ik me op zulke avonden voelde. Maar het was niet alleen maar narigheid. Ik ging met een groepje jongens karten op de kartbaan, daar had ik altijd plezier in, en toen ik iets ouder was had ik met twee vrienden een eigen werkplaats waar we aan auto’s sleutelden. Van lieverlee ging het slechter met me. Ik ontwikkelde depressies en werd steeds angstiger. Ik wilde niet met mijn ouders en zussen op vakantie. Wanneer zij naar Spanje gingen, vonden ze het gelukkig goed als ik thuisbleef om op het huis te passen. Dan gingen de gordijnen dicht en trok ik de kleren van mijn moeder en zussen uit de kast. Ik lakte mijn nagels, zocht de mooiste kettingen uit en kleedde me als vrouw. Dat voelde fijn en heel verdrietig tegelijk. Tegen de tijd dat de anderen weer thuiskwamen, was ik doodsbenauwd dat ze zouden merken wat ik gedaan had. Ik zorgde dat ik alles tot op de millimeter nauwkeurig teruglegde.”
Een rotleven
“Na de LTS ging ik MTS-autotechniek doen in Apeldoorn. Daar had ik ook een mooie tijd. Een echte mannenwereld natuurlijk. Er zat één meisje in onze klas. Zij woonde in Leeuwarden, dus wij reisden in de weekenden altijd samen met de trein naar en van Friesland. Toen ik mijn diploma had, moest ik meteen in militaire dienst. Na anderhalve maand werd ik afgekeurd vanwege mijn ogen – ik begrijp nog steeds niet waarom ze dat niet vóór die tijd hadden kunnen doen. Hoe dan ook, ik was hartstikke blij dat ik weg kon uit die wereld waar ik me niet thuisvoelde. Onze sergeant blijkbaar ook, hij snauwde me toe: ‘Je bent ook geen echte kerel.’ Terwijl ik even opveerde bij die opmerking, ik dacht: hé, eindelijk iemand die het doorheeft! Ik kwam terug bij mijn ouders en kreeg een baan in de vrachtwagenfabriek van Scania in Zwolle. In die tijd begon het slechter met me te gaan. De depressies werden erger en ik ontwikkelde een eetstoornis. Mijn ouders zagen wel dat ik niet happy was, maar vroegen niets. En ik begon er al helemaal niet over. Ik was net zomin een prater, maar vooral schaamde ik me voor wie ik was. Dat gevoel zat heel diep. Ik was doodsbang dat iemand achter mijn geheim zou komen. Ik vond het een rotleven. Het enige wat me in die tijd op de been hield was de afspraak die ik met mezelf had gemaakt: als ik het echt niet meer trek, dan sta ik mezelf toe er een einde aan te maken. Dat heb ik ook geprobeerd. In onze werkplaats, op een zondagmiddag, want dan kwamen de anderen zeker niet. Stomtoevallig was een van de jongens de dag tevoren iets vergeten, dat hij op zondagmiddag even wilde ophalen. Hij heeft me, bewusteloos, naar buiten gesleept. Ik kwam op de IC terecht en werd daarna drie maanden opgenomen in de GGZ. Toen kon ik niet meer doen alsof er niks aan de hand was.”
Afscheid van Henk
“Mijn ouders en zussen waren zich natuurlijk rot geschrokken. In een brief heb ik ze verteld wat er aan de hand was. Saskia, mijn jongste zus, zei naderhand dat ze het wel wist. Mijn moeder had er de meeste moeite mee. Zij was nog van de generatie van ‘wat zullen de buren er wel niet van zeggen’. Maar ze hebben het allebei goed geaccepteerd. Gaandeweg besloot ik dat ik all the way wilde gaan. Twee jaar later ging ik met een vriend op fietsvakantie naar Engeland. Vooraf vertelde ik iedereen: na de vakantie is de jongen in mij dood en kom ik als Hanneke terug. Bij de steencirkel van Avebury, net zo’n mystieke plek als Stonehenge, voelde ik: dit is de plek om afscheid te nemen van Henk. Ik voelde me omarmd door de stenen. In het midden van de cirkel staat een zuilvormige steen die de obelisk wordt genoemd. Ik raakte de steen aan en droeg Henk symbolisch aan de steen over. Eenmaal thuisgekomen heb ik al mijn kleren, echt alle, naar de kringloop gebracht en een compleet nieuwe garderobe aangeschaft. Ik moest van mijn verleden af. Ook mijn ouders gingen me Hanneke noemen en verder werd er niet meer over gepraat. Per ongeluk zei iemand nog weleens Henk. Dan werd ik heel boos, zo hoog zaten de emoties. Maar ik werd tenminste boos, ik kon me uiten, wat ik al die jaren daarvóór niet had gekund.”
Niks te maken met ‘woke’
“De drie jaar daarna stonden in het teken van het proces op weg naar mijn geslachtsaanpassende operatie. Toen werd ik ook van buiten vrouw. Want ik zeg altijd: ik ben geen vrouw geworden, dat was ik al. Ik zou die periode niet willen overdoen, toch was het een mooie tijd. Ik voelde geen schaamte meer, ik praatte erover, veel zelfs. Mijn autovrienden, ook degene die me in de werkplaats voor de dood had weggesleept, heb ik nooit meer gezien. Maar ik maakte nieuwe vrienden, vriendinnen vooral. Ik ging naar zangles en improvisatietoneel. Daar werk je met rollen en emoties, dat heeft me enorm geholpen om me te vormen. Inmiddels is het allemaal lang geleden, ik ben totaal niet meer bezig met mijn gender. Als je douche stuk is, maak je je daar alle dagen druk om. Als-ie het doet, sta je er niet bij stil. Daar kun je het mee vergelijken. Ik maak me wel zorgen over de jongeren die in deze tijd ontdekken dat ze transgender zijn. Genderdysforie is een gecompliceerd iets, dat is niet af te doen als ‘woke’. Het wordt zo platgeslagen en politiek misbruikt om mensen op het verkeerde been te zetten. Wat er nu in Amerika onder Trump gebeurt, maakt me verdrietig. Ook hoe sommige mensen in Nederland erover praten. ‘Heb je ooit een transgender ontmoet?’ vraag ik me dan af. ‘Wat heb ik je misdaan? Wat maakt het jou uit in welk lijf ik zit?’ Ik ben een vrouw en daar ben ik heel gelukkig mee, maar vooral wil ik mens zijn. En dat is wat ik na mijn transitie geworden ben. Toen ik mijn nieuwe identiteit eenmaal had, ging het vanzelf. De doos van Pandora ging open: ik praat, ik kan nu zeggen wat ik voel, ik heb heel veel ingehaald, ik lééf. Het gaat goed met mij, al meer dan twintig jaar lang.”
Hanneke’s boek Terug naar Avebury gaat over haar transitie. Tweedehands nog verkrijgbaar via Bol.com en Boekscout.nl.
Eveline van Linge (1949) Nieuwegein – bridger, gemeentelijk adviseur diversiteitsbeleid, gepensioneerd bedrijfskundige en wethouder, getrouwd, transvrouw, kwam in 2019 uit de kast.
‘Uit angst verstopte ik mijn vrouwenkleren’
“Zo eens per maand liet ik mijn secretaresse een middag in de agenda blokkeren en ging ik, als vrouw, in een andere stad winkelen. Ergens op een parkeerplaats onderweg kleedde ik me om. Het zal er niet uitgezien hebben en ik had altijd de angst om een bekende tegen te komen, maar elke keer voelde het vooral als een bevrijding. Op die middagen voelde ik me mezelf. Daarna kon ik er weer even tegen. Maar altijd je eigen ‘ik’ onderdrukken en twee rollen moeten spelen, breekt je op. Dat deed ik al sinds mijn tienertijd, toen de onrust in mijn lichaam begon. Ik wist niet toen wat die onrust was. Het woord gender bestond nog niet, laat staan transgender. Steeds meer voelde ik de behoefte om vrouwenkleren te dragen. Maar dat mocht niet, dat kon niet, maar wat ik stiekem wel deed. Verder onderdrukte ik mijn neigingen. Met de komst van internet rond 2000 – ik was toen al ruim twintig jaar met Linda samen en we hadden twee kinderen – werd me duidelijk waar mijn onrust vandaan kwam: ik was trans vrouw. Het luchtte me op dat meer mensen dit hebben én dat het geen verboden fetisj is, maar een eigenschap die je kunt hebben. Maar mijn vrouwenkleren bleef ik uit angst verstoppen. Decennia hield ik mijn gevoelens en mijn uitstapjes geheim. Toen werd de druk te groot. Bovendien wilde ik niet dat mijn vrouw en kinderen, als ik opeens dood zou gaan, mijn verstopte kleding zouden vinden en zich zouden afvragen wat dat toch was. In 2019 heb ik alle moed bij elkaar geraapt en het Linda verteld. Ik was bang haar kwijt te raken, maar het idee om mijn hele leven gevangen te zitten en niet te kunnen zijn wie ik was, drukte nóg zwaarder. Ik voelde na afloop opluchting, Linda was compleet geschokt. Ze had nooit ook maar iets vermoed. Het duurde anderhalf jaar en heel veel praten voor ze mij als Eveline kon accepteren……
Marianne van Harten (1967) Amersfoort – notarieel medewerker, voorheen mantelzorger, weduwe, trans vrouw, ondergaat binnenkort medische transitie.
‘Ik ben een peer aan een appelboom’
“In mijn puberteit trok ik eens de balletschoentjes van mijn zusje aan. Dat voelde fijn. Ik viel er mee in slaap en zo vonden mijn ouders me. Er werd weinig heibel over gemaakt, het werd als ‘een puberding’ afgedaan. Maar natuurlijk zat het wel dieper. In de jaren daarna voelde ik af en toe de behoefte om me als vrouw te presenteren. Ik kocht schoenen met hakken, liep daar drie dagen binnenshuis heel blij op rond, en bracht ze dan weer terug. Er waren ook jaren en jaren dat ik helemaal gelukkig was als man. Maar het kwam altijd weer terug: de gevoelens van onzekerheid, de vraag wie ik was. Een tijdje heb ik rondgelopen in de wereld van de travestie. Met een tas vol kleding, schoenen en make-up toog ik naar zo’n gelegenheid toe en altijd kwam ik er heel voldaan weer uit. Tot ook die fase weer overging. Toen ik halverwege de dertig was, kreeg ik behoefte aan een partner. Ik schreef me, als heteroseksuele man, in op datingsites en kwam Elja tegen. We werden verliefd en zijn na verloop van tijd getrouwd. In die periode voelde ik me volledig man. Al vrij snel vertelde ik Elja over mijn travestieverleden. Ze was er niet blij mee, maar maakte …
Verder lezen?
Benieuwd naar het vervolg van de interviews met Eveline en Marianne? Je leest het in ons extra dikke lentenummer Zin 4/5. Bestel ‘em hier online.
T E K S T : A N N E M A R I E B E R G F E L D
B E E L D : N E G I N Z E N D E G A N I
De beste artikelen in je mailbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief