Mia: 19 maanden zonder hem
column weduwe
Mia Luif (59) verloor haar man René (63). Hij overleed zeven maanden na de diagnose blaaskanker. Ze hadden 37 jaar een relatie en kregen samen 3 kinderen: Tom, Fien en Pelle. Mia werkt als senior communicatieadviseur bij een gemeente. In Zin schrijft ze – heen en weer springend in de tijd – over haar leven na zijn dood. Deze keer: ‘Met die woorden kwetste hij me tot op het bot’.
Mia: “Ik zit tegenover mijn schoonzus. We zitten in haar huis, aan haar tafel. Zij praat, ik luister. Dat hebben we van tevoren zo afgesproken. We hebben elkaar namelijk sinds de uitvaart niet meer gezien. Dat is nu anderhalf jaar geleden. Aanleiding: René’s uitvaart verliep anders dan zij en haar broer hadden verwacht. Pas nu kan ik het opbrengen om naar haar te luisteren. En mijn schoonzus kon het geduld opbrengen om zo lang te wachten met dit gesprek. Het is raar hoe ongemakkelijk je ineens met iemand kunt zijn, iemand met wie je nooit ongemakkelijk was. Ik ga op mijn handen zitten. Het schijnt dat je dan minder impulsief reageert. Ik denk: wat een leuke foto is dat toch van René op haar kast. Dan focus ik me weer op wat ze vertelt en ik probeer naar mijn buik te ademen.
Deze ‘situatie’ ontstond acuut, een week na de uitvaart, toen ik mijn zwager aan de telefoon had en hij ontplofte. Hij zei: “Die hele uitvaart was een aanfluiting. Jij moet eerst je excuses aanbieden aan mijn zus, mijn vrouw en aan mij, voordat we weer normaal met elkaar kunnen omgaan.” Dat deed ik niet. Die woorden, die zinnen; hij heeft ze gezegd en mij daarmee tot op het bot gekwetst. Ik denk dat hij heel, heel erg verdrietig was en zich daar geen raad mee wist. Sommige mensen worden dan kwaad, om maar niet te verzuipen in het immense verdriet.
Dat kan ik nu bedenken en met droge ogen opschrijven. Maar ik ben inmiddels wel anderhalf jaar verder. Toen, aan de telefoon, heb ik letterlijk naar adem staan happen omdat ik dacht dat ik flauw viel. Ik ben ook maar een mens. Ik ga niet uitdiepen wat op de uitvaart gebeurde. En wat er misschien nog meer achter zit. Want ik wil ergens anders heen in deze column. Naar: ik dacht vroeger altijd dat de dood van een dierbare naast verdriet ook saamhorigheid bracht. Inmiddels weet ik, ook door boeken en ervaringsverhalen, dat dat niet zo is. Er gaat juist vaak een hoop mis tussen mensen in tijden van rouw. (Zegt mijn dochter: “En dan hadden wij nog niet eens een erfenis te verdelen met ze.” Nou, zeg dát, want dan liggen de conflicten al snel voor het oprapen.) Iedereen wil erkenning voor zijn eigen verlies, gezien worden in zijn eigen verdriet. Mijn schoonfamilie ook. Je kunt je afvragen of de weduwe en wezen de aangewezen personen zijn voor die erkenning. (Ja, ik doe hier een mrrraaauw! Wat ik al schreef, ik ben ook maar een mens.)
Na een uurtje is duidelijk dat mijn schoonzus gezegd heeft wat ze wilde zeggen. Ze spreekt uit dat ze het waardeert dat ze haar verhaal kon doen. Ik vond het takkezwaar, maar dat zeg ik niet. Want wat mijn schoonzus en ik allebei goed snappen, is dat wat je zegt bij afscheid en in rouw, ook effect heeft op je relatie in de toekomst. Zij en ik, we zijn koorddansers die nu een wankel evenwicht bewaren.

Meer lezen?
Deze column is te lezen in Zin 3. Nu in de winkel.