BELEEF DE TIJD VAN JE LEVEN
Liefdesbang

Liefdesbang

Hechting & relaties

Je ervaringen met je eerste verzorger, doorgaans je moeder, bepaalt in hoge mate hoe je omgaat met relaties. Met je partner, je kinderen, je vrienden, je collega’s. Die eerste imprint van wat liefde is, kan behoorlijk wat ruis in je leven veroorzaken. Auteur en therapeut Hannah Cuppen (1973) licht toe hoe je liefdesangst kunt herkennen en wat je eraan kunt doen.

Eindeloos op je telefoon kijken of iemand al geantwoord heeft, weerzin voelen bij de aanhankelijkheid van je volwassen dochter, je radeloos voelen als je partner boos op je is, zelf boos worden als je aanhankelijkheid niet beantwoord wordt, standaard antwoorden met: ik heb nergens last van of voortdurend tobben over wat mensen mogelijk denken. Het zijn maar een paar voorbeelden van gedrag dat kan voortkomen uit ervaringen die je als kind opdeed. Als je je verdiept in hoe je vroegste hechting verliep, kun je iets essentieels van jezelf beter gaan zien. Dat heeft zin. Je emotionele geschiedenis kun je namelijk stukje bij beetje herschrijven. Waardoor je na verloop van tijd anders gaat handelen. Zodat relaties minder hobbels veroorzaken en het leven meer ontspannen en vervullend wordt.

Loyaliteit

Hannah Cuppen: “Ik schreef het boek Liefdesbang voor mezelf. Dat ging niet vanzelf, hoor. Ook ik moest voorbij de schaamte om het te kunnen verwoorden. Ik weet dus hoe moeilijk dat kan zijn. En ik denk dat juist mijn openheid lezers helpt het bij zichzelf te herkennen. Het is een kwetsbaar onderwerp, omgeven door pijnlijke emoties. Het alleen al kunnen zien van de blinde vlek – want dat is het – is een grote en belangrijke stap. Je geeft in feite toe: ik ben bang. Die angst is jarenlang onbewust verstopt, weggeduwd, gemaskeerd. Je weet niet beter. Veel mensen hebben al heel vroeg geleerd om bepaald voelen uit te schakelen. Ik denk dat iedereen wel érgens een diep verstopte angst heeft – mensen die veilig gehecht zijn, komen ook uitdagingen tegen – maar niet iederéén zal zich in dezelfde mate in de liefdesbange dynamiek herkennen. Het maakt uit hoe je basis daarin is gelegd. Met andere woorden: wat je geleerd hebt over hoe de ander jouw waarde spiegelt.”(Zie de test en de oefening in de kaders)

Saskia (59), gescheiden: ‘Ik kom uit een fijn en gezellig gezin. Ik ben de oudste, ik heb nog drie jongere broers. We deden leuke dingen samen en iedereen was bij ons welkom. Tegelijkertijd kon mijn moeder goed laten merken hoe onzeker ze in wezen was. Ze zei ook wel eens: jij vertrouwt mij niet. Mijn vader was onzichtbaar bij conflicten. En knuffelen was iets dat je alleen bij kinderen deed. Dat doe ik nu ook niet met mijn volwassen kinderen. Als puber en ook daarna zat het me erg dwars dat ik nooit verliefd werd. Ik ging het uit de weg, begrijp ik nu. Als volwassene wilde ik mijn moeder liever niet omhelzen. Ik heb altijd opgezien tegen het moment dat ze op haar sterfbed zou liggen. Toen het zover was, week ik niet van haar zijde. Maar haar hand wilde ik niet pakken.’

Hannah: “De eerste tot wie je je verhoudt, is je moeder. Zij bepaalt de allereerste imprint van jouw idee van liefde. Je vader is ook belangrijk, maar hoe je moeder er voor je was, dat bepaalt toch vooral de blauwdruk van onze relaties. Moest je op je hoede zijn, was je veel alleen, was er een beperkte emotionele uitwisseling, leek je moeders stemming afhankelijk van jouw gedrag, hadden je ouders veel ruzie, was er veel kritiek of wantrouwen of werd je overladen met zorg en complimenten? De ‘moederwond’ kent veel vormen, iedereen is anders. We worden geboren als heel kwetsbare en afhankelijke wezens. Als we in de basis niet consistent krijgen wat we nodig hebben – denk aan prettig fysiek contact, geruststelling, liefdevolle afstemming en spiegeling, zorg, rust, regelmaat, dan neemt ons systeem beschermingsmaatregelen. Onbewust neem je het besluit: voelen – dat komt ook neer op laten zien dat je behoeftig bent – is onveilig. En dan zoek je – net zo onbewust – een manier om het onveilige uit de weg te gaan. Als ik tegen mensen zeg: ooit was niet-voelen het meest intelligente wat jouw systeem kon doen om te overleven, dan zie ik vaak al opluchting: aha, ik ben niet gek, ik ben niet afwijkend. Het is een totaal ander perspectief: er is dus een goede reden geweest waardoor ik gestopt ben met écht voelen, met helemaal mezelf zijn. Dan gaat er vaak al een deurtje op een kier. Want dat vermogen tot ‘diep’ voelen verdwijnt niet definitief. Het is er nog, goed weggestopt.”

Veel mensen hebben moeite om met een kritische blik naar hun jeugd te kijken. De loyaliteit naar ouders is groot. “Je kon als kind de ouder niet ter discussie stellen. Een kind gaat automatisch aan zichzelf twijfelen: als ik liever ben, dan wordt mama vast weer vrolijk. Nu je volwassen bent, kun je vaststellen: het lag niet aan mij, ik was een kind en afhankelijk. Zien dat er onvolkomenheden waren – die zijn er altijd, niemand is perfect – is geen beweging tegen je ouders. Zij hebben hun eigen geschiedenis. Het is belangrijk om vast te stellen dat je ouders niet kunt veranderen. Zij zijn verantwoordelijk voor zichzelf, zoals jij dat nu ook bent. We moeten onze ouders bewust ontslaan van wat ze ons niet konden geven toen we kind waren. Je ziet bij partners dat ze onbewust een vader of een moeder van elkaar maken, in de hoop bij de ander alsnog te vinden wat je als kind zo hebt gemist. Het betekent vaak het einde van de intimiteit; je wil niet met een van je ouders in bed liggen. Jouw heling hangt nooit af van anderen. Als kind leef je in de valse hoop dat je het alsnog gaat krijgen. Die beweging herhaal je onbewust in al je relaties. Stop met wensen dat iemand anders het voor je gaat oplossen. Richt de aandacht op jezelf. Je kunt het zelf oplossen.”

Vincent (63), 42 jaar getrouwd: ‘Lang dachten mijn ouders dat ze nooit kinderen zouden krijgen. En toen kwam ik, hun enige kind. Ik werd enorm verwend en vooral mijn moeder was als de dood dat me iets zou overkomen. Het maakte me heel voorzichtig. Ik trouwde met mijn eerste vriendin, we kregen twee kinderen. Ik leerde van mijn vrouw om met meer vertrouwen in het leven te staan en mijn kinderen vrijer te laten. Je zou denken: zoveel liefde van je ouders is een zegen. Maar bij de dood van mijn ouders voelde ik naast verdriet óók opluchting. Ik kan me er nog steeds schuldig om voelen.’

Er bestaat beter

Mensen melden zich bij Hannah met een verlangen. Hannah: “Ze willen relaties die wél slagen, ze willen liefde beter toe kunnen laten, zich dieper met anderen kunnen verbinden, beter met afwijzing leren omgaan, ze willen beter leren omgaan met nabijheid en intimiteit. Een moedige stap. Veel mensen denken dat ze ‘gewoon zo zijn’, dat het ‘gewoon zo werkt’, dat ze niet beter verdienen of ze denken dat de ander nooit deugt: ‘er zijn geen leuke mannen meer.’ Je op de ander focussen is ook een onbewuste manier om niet met jezelf bezig te hoeven zijn. Naar jezelf kijken, voelen wat je écht bezighoudt, kan heel beangstigend zijn. Het voelt niet goed en dan lijkt het ook iets ‘fouts’.

Heling zit ‘m in het éindelijk durven voelen, in het gevoel serieus nemen en écht ervaren.” Precies dat wat je uit de weg gaat. Dat waar je niet over praat, onderwerpen waar je heftig op reageert, eigenschappen waar je een hekel aan hebt of situaties waar je grote moeite mee hebt: waar je mindere kanten boven komen drijven, schuilen vaak parels aan bruikbare zelfkennis. Het is misschien het intense verdriet over de moeder die je nooit zag staan, de angst voor je boze vader, de schaamte die je voor jezelf voelt of de pijn als je denkt aan je hulpeloze moeder. Hannah: “Het was te groot om als kind te kunnen dragen. Gelukkig kun je nu, als volwassene, de last overnemen van het kind dat nog in je schuilt.”

Christine (56), gescheiden: ‘Mijn zoon van 18 zoekt mij op om te knuffelen en dat kost me geen enkele moeite. Bij mijn dochter (22) is dat een heel ander verhaal. Ik verstijfde zodra ze toenadering zocht. Ik zag hoe ze eronder leed. Ze hield me een pijnlijke spiegel voor. Ik wilde te graag geloven dat ik gebroken had met mijn kille jeugd, maar het was er nog, levensgroot. Ik leerde dat ik op bepaalde momenten emotioneel nog reageerde als het kind dat ik was. Het is me gelukt om het bespreekbaar te maken met mijn dochter. Wat ik héél moeilijk vond. Nu oefenen we met omhelzen. Waar we samen ook hard om kunnen lachen, trouwens.’  

Tekst: Manon Wigny