Acteur Mike Libanon
‘Ik heb geleerd om intuïtief mijn antennes uit te zetten’
Oogappels-acteur en masseur Mike Libanon (1963) volgt zijn intuïtie en maakt van zijn hart geen moordkuil. Soms kost die mondigheid hem een kruisje achter zijn naam. “Maar ik moet eerlijk naar mezelf blijven. Ik kleurde te lang mee voor de goede vrede.”
Een eerdere afspraak bij Artis valt in duigen: treinen vallen uit. Mike, zelf een treinreiziger, toont alle begrip. Een week later zitten we aan een bartafel bij cultureel centrum De Balie in hartje Amsterdam. Met zijn partner Jopke en tienerzonen Otis (14) en Iggy (bijna 11) woont hij in West, een klein kwartiertje fietsen. Een snelle blik onder de tafel toont voeten in schoenen. Onlangs haalde hij de media door op blote voeten in de studio te verschijnen bij de opnames van De slimste mens. Op blote voeten lopen geeft hem een gevoel van vrijheid. Lachend: “Bij kou en regen hou ik m’n schoenen natuurlijk aan. O, als ik ze uitgooi, doe jij het ook? I’ll dare you…” Hij vervolgt met een knipoog: “Nu je sokken nog.”
Mike speelde zeven seizoenen het personage Marcel in de succesvolle tv-serie Oogappels. Een serie die vorige maand op het hoogtepunt is gestopt. Zich zo lang vastleggen voor een productie doet hij zelden, zal hij later in het gesprek vertellen. “Het was een goede serie, maar ik doe liever een paar korte projecten achter elkaar.”
Moeizame relatie
De opnames voor de speelfilm Verloren zoon, geregisseerd door Edson da Conceicao, heeft Mike erop zitten. De filmrelease is in het najaar. “Het was geweldig om met Edson, de hele cast en crew, samen te werken. Een van mijn beste ervaringen ooit. Op een respectvolle manier deelden we onze visies en ik vertrouwde op Edsons’ inzicht. Onze samenwerking voelde kloppend.” In Verloren zoon heeft vader Winston, met Mike in de hoofdrol, een moeizame relatie met zoon Jayden (Yannick Jozefzoon, andere hoofdrollen: Manouschka Zeegelaar Breeveld en Yassine el Oardi, red.). Dat verandert als zijn zoon slachtoffer wordt van een roofoverval. Winston gaat op zoek naar gerechtigheid.
Het lijkt alsof dit soort rollen aan je broek kleven: een moeizame relatie tussen vader en zoon. In de reprise van de theatervoorstelling Woiski vs Woiski (Orkater) loopt het ook al niet zo lekker tussen vader en zoon.
“Dat is toeval. Wat ik wel zat ben, is dat ik regelmatig gevraagd wordt voor een brave vaderrol. Ik wil alles kunnen spelen.”
Dan maak je toch zelf iets…
“Ik hoef niet per se zelf iets te maken. Hoewel het diep van binnen wel kriebelt om het eens te proberen. Ik heb een script liggen voor een korte film, die ik zelf wil regisseren. Een uitdaging, maar ik wil er niet teveel over zeggen.”
Nachtclubeigenaar Max in Woiski vs Woiski kwam in de jaren 30 als een van de eerste Surinamers naar Amsterdam. Met zijn zoon overleeft hij het witte Nederland. Hoe was dit voor jou decennia later?
“Woiski vs Woiski gaat over identiteit, immigratie en ontworteling waarin kleur alles bepalend lijkt te zijn. In mijn tijd was het precies hetzelfde. Ik was 9 toen ik naar Nederland kwam, de wereld was letterlijk wit. En ineens was ik – en ik haat die term – ‘een zwarte’. Ik was een vieze, zwarte ‘poepnikker’, een stinkende ‘padjakker’. Ik werd uitgescholden en onder gespuugd. Buiten betekende een vijandige omgeving. In Suriname was iedereen over het algemeen hartelijk; er was vertrouwen en genegenheid. In Nederland was ik minderwaardig. Ik ontwikkelde wantrouwen naar anderen ter bescherming van mezelf. Door dat wantrouwen werd ik alerter en was ik constant op mijn hoede.
Dat ben ik altijd gebleven. Ik heb geleerd om intuïtief mijn antennes uit te zetten. En dat kan ook constructief werken: ik kan mensen aanvoelen en probeer zo nodig te helpen. Nog steeds kom ik regelmatig discriminatie tegen, mensen kunnen hun lichaamstaal niet verbergen. Laatst liep ik een bijna lege treincoupé binnen, een oudere witte vrouw keek op en verwachtte de conducteur. Ze schrok van mij en duwde haar tas stevig tegen zich aan. Ik ging het gesprek met haar aan. Vroeg waarom ze bang was voor mij. Ze vertelde aarzelend dat ze slechte ervaringen had met zwarte jongens. Door ons gesprek kwamen we dichter bij elkaar. Ik leerde van haar, zij van mij. Een beetje verdrietig werd ik er wel van.”
Hoe is dat in je werk?
“Er zijn minder rollen voor zwarte acteurs. Omroepen houden het liefst alles wit is mijn ervaring. Een deel van de mensen die macht heeft, houdt niet van verandering en wil niet nadenken over inclusie en diversiteit. Ik ben daar alert op, ook namens anderen, en spreek me erover uit. Te weinig mensen doen dat, want dan ben je weer die zeikerd in de ‘slachtofferrol’. Het wordt lang niet altijd gewaardeerd. Je kunt zomaar een paar rode kruisjes achter je naam krijgen, omdat je mondig bent. Maar ik geef het niet op: ik moet eerlijk naar mezelf blijven, juist ook voor de nieuwe generatie. Of dit nu om een werk- of privésituatie gaat. Ik kleurde zelf te lang mee voor de goede vrede.”
Mike groeide als oudste op in een gezin met twee zussen en een broer. In Paramaribo waande hij zich in een tropisch paradijs en was een gelukkig kind met veel familie om zich heen. “Er was altijd reuring en gezelligheid. Als gemeenschap zorgden we voor elkaar. Mijn moeder, die thuis als modist werkte, voedde de baby’s van moeders die niet genoeg melk voor hun eigen kind hadden. Mijn vader hielp anderen met reparaties in en rondom het huis. We hadden het niet breed, maar het leven gaf ons vreugde. In ons gezin werd veel geknuffeld, een arm op je been of hand door je haar als je getroost moest worden. Altijd was er fysieke nabijheid. Als kind voelde ik dat aanrakingen helend werken. Misschien is dat onbewust wel de reden geweest dat ik al heel lang intuïtieve massages geef bij cliënten thuis. Op de bakfiets ga ik bij ze langs. Mijn inmiddels overleden ouders waren mijn grote voorbeelden. Ze wilden het altijd goed doen en gaven dat streven aan ons door. Ik ben een kopie van mijn ouders.”
Acteren kwam op zijn pad. Nadat Mike als ‘blauwe baret’ voor een UNIFIL-missie was uitgezonden naar Libanon, erna in de horeca en als model werkte, viel hij na een maandenlange reis in een gat. “Ik kreeg een keiharde terugval en was compleet onzeker. Opeens realiseerde ik me dat ik geen toekomstperspectief had. Mijn opleiding land- en tuinbouw had ik met moeite afgemaakt, en een selectie bij het Korps Commandotroepen durfde ik uiteindelijk fysiek niet aan vanwege een zeer ernstig bevroren voetentrauma in diensttijd. Ik voelde me wel vereerd dat ze me vroegen. Tot op de dag van vandaag kan ik van die beslissing spijt hebben.
De onderlinge kameraadschap die ik heb ervaren en de onvoorwaardelijk opoffering voor elkaar was uniek en alles overstijgend. Het samen lachen, huilen, voor elkaar zorgen en een vredesmissie volbrengen. Ik leerde mezelf en anderen te relativeren. Je krijgt ook begrip voor andere culturele achtergronden. Dat is kostbaar. Het zou goed zijn als jongeren een sociaal maatschappelijke dienstplicht zouden vervullen. Door het op elkaar aangewezen zijn, moet je je vooroordelen over elkaar wel laten varen en je openstellen voor tegenstellingen. Zo krijg je oog voor de ander.”
Hoe heb je je over die depressie heen gezet?
“Op tv zag ik soaps zoals Goudkust. Dat kan ik ook, dacht ik en ik schreef me in bij een castingbureau. Zo ging het balletje rollen. Bij theatergezelschap DNA (nu DNA Next!, red.), die voorstellingen maakte over een diverse wereld, identiteit en je ergens thuis voelen, kwam ik…
Verder lezen?
Lees het vervolg van het interview met acteur Mike Libanon in Zin 2. Nu in de winkel. Of bestel ‘em hier online.