De overgang en – jawel – minder zin in seks.
‘Het geestelijk verlangen is gebleven, maar mijn lichaam laat het afweten.’
De overgang bij een vrouw begint tien jaar voordat de laatste menstruatie plaatsvindt en duurt na de allerlaatste menstruatie tot ehm, nou eigenlijk de rest van haar leven. Die allerlaatste menstruatie heet menopauze. De overgang kan met nogal wat klachten gepaard gaan: opvliegers, nachtzweten, moe, stemmingswisselingen en – jawel – minder zin in seks.

Kom in actie!
Jos Teunis wil de vrouwelijke lezers van Zin iets op het hart drukken. Komt-ie: “Er zijn ook vrouwen die pijnklachten krijgen bij het vrijen. Vaginale atrofie heet dat. De wand van de vagina wordt dunner en daardoor kan penetratie echt pijnlijk worden. Maar! Daar. Is. Iets. Aan. Te. Doen. Blijf er vooral niet meer rondlopen. Ga naar de huisarts of naar een overgangsconsulent (Overgangsconsulente. com). Er zijn middeltjes, hormonaal en niet hormonaal, die het slijmvlies weer in conditie kunnen brengen. Veel vrouwen weten dat niet en dat veroorzaakt veel leed. Dat is jammer. Want seks en pijn, die horen niet bij elkaar.”
Een ervaringsdeskundige
Jannine (1962): “Ik heb dankzij de overgang al bijna twee jaar geen seks meer. Mijn man is begripvol, maar ik voel me bij vlagen erg schuldig. Ik hoop dat de zin in seks weer terugkomt. Sinds het moment dat mijn menstruatie is gestopt, is mijn zin in seks non-existent. Ik heb niet alleen te kampen met schuldgevoelens naar mijn partner maar heb het hier zelf ook erg moeilijk mee. Omdat ik altijd veel positieve energie en levensgeluk haalde uit mijn seksualiteit.
Je schijnt je libido op te kunnen krikken door middel van hormonen, maar omdat er borsten eierstokkanker in mijn familie zit, wil ik die niet slikken. Ik hoef me niet meer voort te planten, dus heb ik volgens de natuur helemaal geen seksuele driften meer nodig. Maar in deze maatschappij, waarin alles is gericht op seksualiteit, heb ik het gevoel dat ik nog amper meetel nu ik niet langer een ‘seksueel wezen’ ben. Dat ik geen zin meer heb in seks is niet in één keer gekomen. Het was een proces. Dat betekent niet dat ik ‘vroeger’ niet zou missen. Het is een wezenlijk verlies, een afscheid van een belangrijk deel van jezelf.
En dan komt ook de relatie met mijn man nog om de hoek kijken. Er wordt tenslotte ook iets van hém gevraagd. We moeten voortdurend opnieuw afstemmen. Op elkaar, en op de veranderde situatie. We knuffelen nog veel, die intimiteit vind ik fijn. Maar hoelang heeft hij daar genoeg aan? Soms heb ik een melancholische bui. Ik herinner me mijn behoeften uit de pubertijd nog goed. Wat zou ik die hevige gevoelens graag nog eens ervaren. Het geestelijk verlangen is gebleven, maar mijn lichaam laat het afweten.”