Janneke: ‘Soms gaat een vriendin vóór je werk’
Tekst: Cisca Dresselhuys
Waarom hebben anderen een hele groep vrienden om zich heen en zij maar één? En waarom stapt ze niet gewoon even op iemand af? Janneke vond dat het tijd was voor de cursus Vrienden maken kun je leren.
Janneke, kinderverzorgster, zat met vijf mannen en vier vrouwen – van studenten tot gepensioneerden – op de cursus Vrienden maken kun je leren. Ze heeft er uiteindelijk geen vriend of vriendin overgehouden: “Het was best een leuke groep, maar na afloop gingen we toch allemaal alleen naar huis. We bleven niet staan praten of zo.” Toch heeft ze er veel geleerd. Voor de terugkombijeenkomst die nog op het programma staat, moest ze doelen voor zichzelf op papier zetten. Ze schreef op: meer durven zeggen in gezelschap, zelf mensen durven aanspreken en niet bang zijn om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Dat laatste is haar laatst zowaar gelukt: op het feestje van haar vriendin zorgde Janneke voor de hapjes. ‘Van wie waren die heerlijke hapjes? Van jou?’ Iedereen haar kant op. Stond ze ineens in het middelpunt. “Doodeng, maar eigenlijk ook wel fijn,” zegt ze nu.
Last van faalangst
Van jongsafaan is Janneke een verlegen meisje. Op haar rapporten van de basisschool stond regelmatig: Janneke heeft last van faalangst. Dus daar werd iets aan gedaan. Na schooltijd kwam er een speciale juffrouw voor haar langs. Des te opvallender dat ze tegen het einde van de basisschool meedeed aan een musical en niet eens in het allerkleinste rolletje. Ze moest een bekakt pratende schilderes spelen. “Dat ik dat toen gedurfd heb!” Op de middelbare school volgde ze opnieuw een cursus vanwege haar faalangst en later dus de cursus Vrienden maken.
Uit die luie stoel
Janneke: “Het allerbelangrijkste dat ik in de cursus meekreeg, is dat je actief moet zijn. Ook in een bestaande vriendschap. Ik wachtte altijd maar af of iemand mij belde en als ik een week of langer niets hoorde, vond ik dat vervelend. Maar ik deed er niets aan. Dat doe ik nu wél; even een sms’je: hoe is het? wat doe je?” Daarnaast leerde ze dat je je werk niet altijd vóór je sociale contacten moet laten gaan. Janneke: “Ik ben iemand die graag en veel werkt, meer dan een volledige werkweek. Dan schiet een afspraak met een vriendin er nogal eens bij in. Niet doen, is ons geleerd. Zeg op je werk dat je niet altijd kunt invallen of oproepbaar bent. Een leuke afspraak gaat soms echt voor. En hijs jezelf uit je luie stoel, ook als je moe bent: ga tóch naar die verjaardag of dat feestje!”
Persoonlijk worden
Een ander belangrijk punt van de cursus was oefenen om contact te maken met onbekenden. Janneke: “Je kunt ja- en nee-vragen stellen, maar open vragen zijn beter. Dan kom je tenminste in gesprek. Je vraagt een collega bijvoorbeeld of ze altijd in de kinderopvang heeft gewerkt en waarom. Of waarom ze geswitcht is van baan. Wat ik erg moeilijk vond, is om van een collegiaal gesprekje over te stappen op iets persoonlijks. Maar ook dat durf ik nu. Ik vraag nu of iemand getrouwd is, samenwoont, kinderen heeft, dat soort dingen.”
Jannekes moeder weet dat ze deze cursus gevolgd heeft en vond het een goed idee. Haar vader weet het niet. “Die vertel ik zulke dingen niet. Die maakt altijd overal grappen over. Leuke man, hoor, maar ik zou willen dat hij ook eens serieus over persoonlijke dingen praatte.”